Een leven lang....
Zoeken
Cremer incognito : de droom van een Hollandse jongen
Schrijver Cremer, Jan
Bron HP/Haagse Post
Publicatiedatum 27-08-1966
Titel interview Cremer incognito : de droom van een Hollandse jongen

In een goedgesneden kostuum en roze trui, een geur van dure aftershave verspreidend en zijn scherpe gelaatstrekken gebruind door de zon van Californië en Zuid-Amerika. Auto's remmen piepend, handtekeningenjaagsters omzwermen het langharig fenomeen. Kortom: Jan Cremer is terug.
Zo gelast, onopgemerkt in spijkerbroek door Amsterdam stappend, de maker van Nederlands meest opzienbarende schrijversdebuut van 1964 (Ik Jan Cremer, 24 drukken, oplage: 380.000), dat het HP verslag van zijn onverwachte terugkeer in het vaderland zal aanvangen, na sedert 3 juni '65 onafgebroken in de States te zijn geweest.
Aanvankelijk was het de bedoeling dat aan dit evenement in het geheel geen publicity zou worden geschonken. Als hij zondag 1 augustus met zonnebril en veerkrachtige, want opgeluchte tred de douaniers op luchthaven Schiphol is gepasseerd, bezweert hij de afhalers dat dit bezoek behalve uitermate kort ook 'strikt incognito' zal zijn.
Wat was Cremers eerste indruk van deze thuiskeer? 'De pet van Geert was het eerste wat ik zag,' merkt Cremer op, doelend op de baret van Bezige Bij-directeur Lubberhuizen.
Zelfs dit korte bezoek stond feitelijk niet op het overladen programma van het aankomend wereldidool, maar toen bleek dat Cremer na zijn bezoek aan Curaçao (waar hij, op bezoek bij gouverneur-auteur Cola Debrot, de marinierswacht inspecteerde) toch via Amsterdam naar New York terug zou moeten keren, besloot hij tot een bezoekje aan dit 'kloten-land', waarnaar hij niettemin in brieven en peperdure telefoongesprekken uit New York altijd weemoedig informeerde.
De dag van aankomst moet hij zich alweer kwaad maken over de Nederlandse zeden, vooral over het oudhollands gebruik volgens welk men 's nachts slaapt. 'In New York is het dag en nacht spitsuur voor je deur. Op elk uur van de nacht kan je een whisky gaan pakken en een lekker wijf.' Enige vrienden en hun buren brengt hij die zondagnacht aan de rand van een instorting door bellend en bonzend enige 'bliksembezoeken' af te leggen, 'strikt incognito'.
Meester in de snelle verspreiding van spectaculaire informatie, vernemen kennissen vertederd over de door de filmmaatschappij gefinancierde publicitytoernee, die hij de afgelopen 4 weken met bosomqueen Jayne Mansfield - aan wie Ik Jan Cremer immers opgedragen was - heeft gemaakt door Zuid-Amerika.

Suf land
Aangeduid als Jayne's nieuwe echtgenoot en 'schandaalschrijver', tonen voorpaginaknipsels Cremer in roze pak en bloemetjesdas o.a. bij Columbia's president Mariano Ospina Pêrez. Blijkens een knipsel uit de New York Post heeft de Signet-pocketeditie van zijn boek (evenals de hardcovered editie ingeleid door Seymour Krim, die Cremer 'sixties' brilliant son of such giants of autobiography as Louis-Ferdinand Céline, Henry Miller, Jean Genet and Maxim Gorki' noemt) de 7de plaats op de bestsellerslijsten bereikt, en Cremer tekent aan: 'Toen was de pocket nog maar 10 dagen uit; hij zal nu wel bovenaan staan...'
Dezelfde zondagnacht nog wil hij tot zaken komen. Als editor in chief van het American Pop Magazine Hullabaloo (oplage: 2 miljoen) probeert hij om 4 uur de directie van Hitweek te bereiken om dit vakblad voor twieners op te kopen voor Jan Cremer Inc., binnenkort te starten Europese uitgeverij (op Amerikaanse basis) van driestuiversliteratuur.
Als hij geen gehoor krijgt: 'Wat is het hier toch een suf land.'
Toch slaagt Cremer er maar 2 dagen in incognito te blijven. Dan voegt zijn enige onafscheidelijke partner sinds '58, de pers, zich weer bij hem in de gestalte van Telegraafs Henk v.d. Meyden die Jan al maaltijdend betrapt bij zijn onderduikadres, Double W restaurateur Wim Wagenaar. In de dagen die volgen paradeert Cremer weer in de Nederlandse publiciteit.
Inmiddels zoekt hij naar de goede vorm en geschikte plek om Ik Jan Cremer Tweede Boek af te schrijven. Twee pittige hoofdstukken, waarin de held weer als vanouds de lezersaandacht zal boeien, heeft uitgever Lubberhuizen al in de kluis, en de auteur heeft de slogans klaar: 'Ik: Dubbeldik' en 'Ga vroeg naar bed met Ik Jan Cremer'.
Legt Cremer uit: 'Ik ben er pas in Philadelphia aan begonnen. In New York kon ik niet werken. De telefoon stond er geen moment stil. Ik heb het er te druk.' Onder die werkzaamheden rekent Cremer o.m.: schrijven van een serie boekjes over beroemde vrienden van Cremer als Bob Dylan, Willem de Kooning en John Lennon die zelf in interviews behalve over Christus ook over Cremer rept, produceren van 6 artikelen voor tijdschrift Esquire voor 25 dollarcent per woord ('een stukje waarvoor ik vroeger van Vrij Nederland 35 gulden kreeg brengt me nu 1250 dollar op'); rusteloos voortarbeiden aan grote schilderijen, voornamelijk bestaande uit kleurig gepenseelde tulpenvelden met boertjes en boerinnetjes, soms ook met Beatrix en Claus of de Amsterdamse politie, getiteld Landscapes; voorbereiding van een Nederlandse LP-plaat en een fotoboekje van zijn Zuid-Amerikaanse reis en de verdere afwerking van de film Super Cold War Baby, waarvoor Cremer afgelopen winter in Marlon Brando's buitenhuis in Beverly Hills samen met Christian Marquand het scenario schreef.
Cremer: 'Ik woonde daar naast Doris Day. Ik zag de ster uit mijn jeugd 's ochtends onder het ontbijt tuinieren met zo'n raar kort broekje aan. Leuk wijf? Ach, 't is een echte Amerikaanse, weet je wel, dus conservatief.' Steeds meer gaat de nu 26-jarige Jan Cremer lijken op de man die een Hollandse jongensdroom wil waarmaken en daarin door combinaties van ijver, talent, brutaliteit en innemendheid lijkt te gaan slagen.

Antiheld
Maar ook in dit succesvolle stadium ontgaat zelfs verre vrienden onder de opgewekte toekomstmuziek de mineurtoon niet, die Cremers voorkeur voor een optreden als 'Antiheld' begeleidt. Verblufte hij Parools Ben Dull met de zinsneden: 'Soms vraag ik me wel eens af, waarom ik niet gewoon zeeman ben gebleven. Voor vijftig procent wil ik dit leven niet, wil ik een rustig gezinsleven, maar de andere helft zoekt naar de compensatie voor mijn jeugd.' Dat verleden ligt in Nederland, maar als het aan Cremer ligt: zijn toekomst niet. Niet alleen omdat Nederland 'te klein' is en gevuld met herinneringen uit soms pijnlijke episodes van zijn turbulent bestaan waarin hij zich, hoewel vader van 3 kinderen, nog niet aan de eenzaamheid heeft kunnen onttrekken.
'Ik hou van Loes Hamel, maar het lukt niet. De liefde: dat is mijn enige probleem. Ja, begrijp me goed: vrouwen genoeg, de mooiste, topmodellen. Ik ben een half jaar verloofd geweest met Melanie Hampshire, Engels topmodel, die in Antonioni's nieuwe film speelt. Maar bovendien: Ik ben gehaat in Holland. Toen ik ging schilderen zei iedereen hier: hij kan niet schilderen. Maar ik kon het wel en ik had nu de beroemdste schilder van de wereld kunnen zijn. Maar schilderen, schilders, dat is mijn wereldje niet zo. In '58 kondigde ik aan een boek te gaan schrijven. Iedereen lachte: dat kan hij toch niet. Maar het boek kwam en werd een bestseller. Toen ging ik naar Amerika en iedereen zei: daar maakt hij het niet, dat hebben ze daar allang gehad, Kerouac en zo. Maar ik maak het wel.'
Cremer ontvouwt zijn 'zwarte boekje' met honderden namen en adressen van bekendheden en mooie vrouwen: Peter Fonda, Arman, Brian Jones, Otto Premminger, Rita Tushingham, Anthony Perkins, Jean Shrimpton, Arthur Schlesinger, Andy Warhol, Les Paul, Pierre Cardin, Salvador Dali, Claus Oldenburg, Simon & Garfunkel en vooral: 'Het genie Bob Dylan, die mij als een van zijn weinige goeie vrienden beschouwt. De song Sooner or later heeft hij bij mij thuis geschreven.
Veel schrijvers telt Cremer niet onder zijn kennissen: 'Die zijn bang voor mij. Van Norman Mailer had ik me heel wat voorgesteld, maar dat is een klein en bang mannetje. Alleen, natuurlijk Micky Spillane mag ik graag. Die woont trouwens ook in het Chelsea Hotel en Arthur Miller, Andy Warhol en al die pop-jongens.'
Inmiddels ziet het ernaar uit dat zij Cremer voorlopig zullen moeten missen. Hij zal voorlopig in Europa blijven; in Londen om te onderhandelen met Beatlesmanager Brian Epstein, die geïnteresseerd zou zijn in de filmrechten van Ik Jan Cremer; in Hamburg om d.m.v. een persconferentie te verijdelen dat Ich Jan Cremer voor de jeugd verboden wordt, en op een geheime plek om het tweede boek (500 pagina's) 'in vier weken tijd' af te ronden.
Bovendien hoopt hij half september Jayne Mansfield hier te mogen begroeten met wie hij dan denkt te gaan filmen. Zij heeft hem voorin de 2de druk van zijn Amerikaanse pocket 'a man with the capacity of a genius' genoemd. Beaamt Cremer: 'Als ik niet bestaan had, waren die padvinders, die provo's er ook nooit gekomen. Ik ben de grondlegger van de nieuwe Nederlandse kunst. En ik begin nog maar pas.'
Kortom: Jan Cremer is terug.