Een leven lang....
Zoeken
Jan Cremer
Schrijver Cremer, Jan
Bron Het Parool
Publicatiedatum 09-01-1971
Titel interview Jan Cremer

'M'n eerste drie boeken schreef ik in steden, tussen steden en beton, cognac en whisky. Nu is dat alles veranderd. Ik trek me terug in enorme eenzaamheid: natuur, paarden, zonsopgangen, ochtendmist, geluid van kwetterende vogels, geklingel van kerkklokken aan de verre einder, gerammel van melkbussen op boerenwagens, gebas van waakhonden.'

De afspraak voor dit interview kwam nogal haperend tot stand. Cremer is wel in Amsterdam maar rent nerveus heen en weer, wisselt van logeeradres, mompelt tijdens kortstondige ontmoetingen de namen van wereldsteden waar hij dringende afspraken schijnt te hebben. Aan de telefoon, gejaagd: 'Nee, eh, morgenmiddag zit ik in Parijs, weetjewel, of in Londen, hè.' De verslaggever treft hem tenslotte, op goed geluk, in de vroege voormiddag aan. Zesde etage van een flatgebouw aan de rand van de stad. Hij ligt op zijn buik, armen beschermend, jongensachtig, om het hoofd geklemd, geveld door overmatig drankgebruik. Na een tijdje opent hij voorzichtig zijn (door hemzelf) veelgeroemde oceaan-blauwe kijkers, een lodderige blik ontwaart de fotograaf.
Cremer, panisch: 'No pictures, no pictures!' Dut weer in. Ik trek hem tenslotte aan zijn enigszins met waterstofperoxyde bewerkte haardos omhoog.
Cremer, gekweld: 'Jan Cremer is het slachtoffer van de mist. Alle vliegvelden, heel Europa zit dicht... Londen weetjewel, Parijs... Wil je effe Schiphol voor me bellen?' Staat uiteindelijk op, hijst zich in zijn bleekblauwe jeans, geeuwt: 'Ja, eh, vedetes hebben nu eenmaal hun rare kantjes.' Hij duikt de badkamer in met de woorden: 'Schrijf op: "als kind reeds speelde Jan Cremer op zolder." Leuk begin.'
Het onderhoud lijkt nu definitief beëindigd. We drinken koffie. Het Fenomeen geeft te kennen dringend aan een alcoholische versnapering toe te zijn. We lopen door de felle vrieskou naar de dichtsbijzijnde kroeg. Cremer klopt joviaal een verkleumde straatveger op de schouder: 'Ik ben altijd goed voor m'n personeel, weetjewel.' Kijkt met dromerige blik een moeder met kinderwagen na: 'Dat is tóch het geluk: huisje, vrouwtje, kindje. Dat zoek ik tenslotte ook.' Gromt een citaat uit zijn Tweede Boek: 'Je komt alleen, je leeft alleen, je sterft alleen.'
Een eveneens meesjokkende gabber van onze schrijver vertelt vanonder een droef neerhangende snor: 'Laatst kwam-ie in de vroege morgen bij me aan. Helemaal in de war. Hij werd gekweld door nachtmerries, zie-d-ie.'
Cremer, moedeloos: 'De stad is mijn ondergang. Ik ben een kluizenaar in wereldsteden.' Het café is open. Het komt er die dag niet meer van.

Vierentwintig uur later, in het centrum van de stad. Cremer blijft voor een postzegelwinkel staan: 'Atlassen en postzegels, dat is het mooiste wat er is. Ik heb vier maanden eenzaam in Frankrijk doorgebracht. 's Avonds keek ik dan uren naar die plaatjes. Ik vond er rust in. In april ga ik op expeditie naar Groenland. Zes weken lang op een hondenslee naar de Noordpool. Ik wil het ijs overwinnen, de natuur te lijf. Ouwe hap: Nova Zembla en de overwinteraars, hè.'
In de bar van een plechtig hotel: 'De afgelopen maanden heb ik me dus bezig gehouden met een piaten-album van drie elpees, gemaakt door Polydor, waar alles op staat wat er maar op de zwarte schijf gedaan kan worden: De Stukken Van Jan Cremer. De plaat is gebaseerd op de opvoering die toneelgroep Studio van mijn komedies gegeven heeft. Ruim tweeëneenhalf uur entertainment en plezier. Een wereldprimeur: het album komt uit onder het label Polydor Literair. Het artistieke en technische toptalent van Nederland heeft deze productie mogelijk gemaakt: onder andere Jenny Arean, Kees Brusse, Shireen Strooker, Albert Mol, Elsje de Wijn, Carry Tefsen, Ramses Shaffy. Binnen zes à acht weken in de winkel verkrijgbaar.'

Hoe vond hij de opvoering van Studio indertijd?
'Wel goed. In ieder geval de succesvolste opvoering die ze ooit gehad hebben in hun bestaan. Zowel commercieel als artistiek.'

Hoe zou dat komen?
'Ik ben de enige die de gevoelssnaren van het volk weet te bespelen omdat ik zelf uit het volk kom en door het volk tot stand gebracht ben. Ik zeg altijd maar: Voor Het Volk, Door Het Volk!'

Hoe zou hij het volkse element in zijn karakter omschrijven?
'Humor, sentimenteel, het leven doorstuiterend met een lach en een traan, goudeerlijk en gewoon, hè. Het Volk is beter dan de betere klasse. En onder het Volk versta ik vooral de politieagenten en de militairen, daar ben ik zeer populair bij.'

Vooral bij dezen?
'Ja.'

Heeft de vrijgevochten verschijning die hij toch is geen afkeer van het gezag?
'Jawel. Tenminste als dat gezag de wet op een extreme manier handhaaft. Ik verfoei bijvoorbeeld die acties van de mariniers. Hoewel ik zelf oud-marinier ben. Nee, dat is een smet op de blazoen van De Jantjes, vooral omdat de meeste van die jongens nog jonge snotneuzen waren die na de oorlog geboren zijn en dus geen affiniteit met het monument op De Dam hebben. Ze wilden er alleen maar op losrammen.'

Haat hij geweld?
'Nee. Geweld hoort in de menselijke natuur thuis. Ik ontloop 't wel. Maar als ik zou zeggen dat ik geweld haat zou ik een stuk van mezelf ontkennen.'

De oorlog speelt een grote rol in zijn leven.
'Ja. Ik ben een typisch oorlogskind en dat uit zich in haat tegen het uniforme. Haat tegen de massa. Vroeger was ik bang in grote menigten. Dat gaat langzaam over. Ik teer eigenlijk op de oorlog, ik ben erdoor gecreëerd. De jeugd die de oorlog niet heeft meegemaakt mist een boel. Vandaar de afschuwelijke verveling die onder het hippiedom heerst. Ik weet niet of ze werkschuw zijn maar ik weet wel dat ze geen creativiteit hebben. Wij kregen indertijd geen speelgoed zoals zij. We hadden kogels en granaten, om mee te spelen.
Mijn toneelstukken, dus ook dat platenalbum, zijn een registratie van de maatschappij en dan vooral de Amerikaanse. Omdat ik Amerikaans ben, denk, voel. In dit land waar ik voor miljoenen omgezet heb word ik - het enige land ter wereld waar dat mogelijk is - beschouwd en behandeld als een misdadiger. Ze nemen m'n paspoort in beslag vanwege een oude alimentatieschuld. Dat zou me in Amerika nooit overkomen. Daar beschermen ze de cultuur. Als je in Holland geld verdient sta je gelijk te boek als een misdadiger. En als je arm bent schoppen ze je ook gelijk dood. Maar ik doe toch precies wat ik wil. Vroeger zonder, nu met centen.'

Maakt zijn hyperindividualistische instelling hem niet eenzaam?
'Dat moet wel. Ik ben als een zwart schaap tussen de kudde blatende schapen. Ik ben op weg naar de slachtbank. Want, laten we eerlijk zijn, het leven is toch in een weitje grazen om tenslotte naar het abattoir geleid te worden. Dat bedoel ik symbolisch, hè.'
Kijkt nerveus om zich heen, wil plotseling weg. Wijst op een paar mensen aan een belendende tafel die ons aandachtig observeren, raakt geagiteerd.
'Dat zijn mensen,' zegt hij even later op straat, 'die na de oorlog de moffenmeiden met kippenveren en pek te lijf gingen, hè, schijnheilig als ze zijn. Dat is nou die zogenaamde gegoede burgerij waar ik zo de pest aan heb. Ze maken me zenuwachtig. Ik kom uit een Engels-Hollandse piratenfamilie, van vaders kant dan, en we zwerven al eeuwen over de wereldzeeën.'
Stilte tot we neergestreken zijn in een drukbevolkte horecaf-nering, bij voorkeur bezocht door de Amerikaanse "incrowd". Jan, om de minuut zijn hand opstekend naar een passant: 'Ik ben altijd op doorreis.'

Ook in zijn niet te stuiten artistieke dadendrang?
'Ja. Zo ga ik mij nu vooral op de film toeleggen. Ik ben bezig aan een rolprent, Destination Freedom geheten. Een drama over het Oost-Westconflict dat ik zelf geschreven heb. Ik speel ook de hoofdrol: een Russische piloot en het is de eerste film die ik regisseer. Het gaat over die Russische piloot die, geïndoctrineerd hè, naar het Westen vlucht. Omdat ie denkt dat alles daar beter is. Hij denkt er het paradijs te kunnen vinden maar hij komt op een pijnlijke manier tot de ontdekking dat het paradijs alleen daar is waar je het zelf wilt zien. Hij wordt namelijk doodgeknuppeld door de goegemeente, door brave burgers op weg naar de kerk.
Ik wil me de komende maanden vooral op de film werpen en doe dat via het toneelschrijven. Ik ben een selfmade man, weet je. Ik geloof niet in scholing. En komedie is mijn specialiteit, dat doe ik met m'n linkerhand, hè. Ik heb in Amerika namelijk veel voor de televisie gewerkt.
Vervolgens werk ik aan mijn film Me Tarzan, You Jane. Gaat over een echtpaar dat zich overdag netjes gedraagt maar 's avonds rare spelletjes doet. Ze hebben hun penthouse om laten bouwen tot een jungle. Dan hangen ze aan de lianen.
Daarna komt mijn film Holy Television over een stel mensen die rond de televisie zitten, commentaar op het programma geven, reclamejingles meezingen en onderwijl apenootjes zitten te eten. Zo heetten de pinda's vroeger, hè.
Dan ben ik ook nog in onderhandeling met de VPRO over een documentaire. Ik wil graag naar Bali. Of Bangkok. Of Hawaii.'

Goedklinkende toekomstmuziek. Maar wat gaat er nu het eerst gebeuren?
'Allereerst gaat mijn bewerking van de eerste twee Jan Cremer Boeken bij het Nieuw Rotterdams Toneel in première. Die bewerking hoop ik samen met Gerben Hellinga tot stand te brengen die zijn vakkennis al met Kees de jongen heeft bewezen, waar ik tranen van ontroering van in m'n ogen gekregen heb. We hopen samen tot een goede bewerking te kunnen komen. Het moet het meest indrukwekkende theaterspektakel van de jaren '70 worden. Een rokkerette, mengvorm tussen rock en operette. Het begint in '40, het jaar van mijn geboorte en het gaat tot nu. Maar de jaren '55-'65 zullen de grootste rollen spelen: het nozemtijdperk waarin de rock'n roll geboren werd, de Leidsepleinjeugd (aanvankelijk een stuk of twaalf mensen waar ik bijhoorde, nu doet de hele jeugd zo). De ideale cast heb ik nog niet voor ogen. Maar naast mensen van het NRT zullen we voor een aanvulling zorgen door middel van audities. Veel dansers hebben we nodig. We proberen Hans van Manen de choreografie te laten maken. Hans was vroeger, omstreeks 1956, de rock'n roll-danskampioen van Nederland, weet je. Johnny Lion die mijn platenalbum geproduceerd heeft moet de muziek maken. John van de Rest voert de regie. Allemaal leeftijdgenoten van me.'

Wat bindt die generatie?
'Oorlog en armoe, want behalve deze twee is er geen.
Oja, ik zou hierbij ook nog even een oproep tot het Nederlandse Volk willen uiten: mijn boeken speelden en spelen een grote rol in het leven van iedere Nederlander. Mijn Boeken geven een tijdsbeeld. Die hele seksgolf is erdoor ontstaan, om maar wat te noemen. En hoewel het nog vroeg tijd is vormt mijn oeuvre een brok jeugdsentiment en historie. En ik zou daardoor iedereen in Nederland op willen wekken om een bijdrage te leveren aan deze rokkerette, dit grandiose toneelmonument voor en door Het Volk. Ik heb nodig: balletdanseressen, vuurvreters, acrobaten, een rockgroep, zangeressen, muzikanten. Iedereen die een steentje wenst bij te dragen (al is het maar een rooie pullover uit de jaren vijftig, elke kleinigheid is welkom) nodig ik uit om mij te schrijven. Jan Cremer, per adres het Nieuw Rotterdams Toneel, Rotterdamse Schouwburg, Rotterdam, hè, eh, weetjewel.
Ook werklui zijn welkom want de arbeider regeert de maatschappij. Werken is het mooiste wat er is. Arbeid adelt. Rust roest. Oost West thuis best. En de beste stuurlui staan aan wal. Als je begrijpt wat ik bedoel.'

Komt hij ondanks al deze Grootse Projecten nog wel aan zijn Eigen Ik toe?
'Dit is het probleem: je moet kiezen of delen in je leven als je in je werk opgaat, dus creatief opbrandt, scheppend zelfmoord pleegt. Dan is het bijvoorbeeld voor een vrouw moeilijk het genie te volgen. Maar de vrouw is niet mijn noodlot, ik ben haar noodlot. En hoewel ik tientallen vriendinnen in alle landen ter wereld heb ga ik toch eenzaam en alleen slapen. Ik word geteisterd door chronisch slaapgebrek, zelfs als ik dodelijk vermoeid ben schrik ik na een uurtje al weer wakker. Toen ik dertig werd, een paar maanden geleden, ben ik gekweld geworden door vreselijke gedachte. De zinloosheid van het leven. De futiliteit van het bestaan. Het belachelijke werken aan een carrière. Ik dacht na, tot diep in de nacht.'
Hij lacht me vriendelijk toe, geeft me een tikje op de schouder, bekent dat hij inderdaad een paar nachten geleden in een afschuwelijke angstaanval door een koude mistige morgen naar een vriend ging, dertig kilometer buiten Amsterdam. 'Ik ben zo ontzettend bang om alleen te zijn,' zegt hij. Zijn gezicht klaart op. 'Kijk, en dit Amerikaanse jack is van een vermiste Amerikaanse piloot uit Vietnam, een vriend van me, weetjewel. Hier zit nog een kogelgat.' Hij wijst op een klein scheurtje.