Een leven lang....
Zoeken
Musical Ik Jan Cremer nu al in financiƫle moeilijkheden : Conflicten rond Groningse schouwburg
Schrijver Cremer, Jan
Titel Ik, Jan Cremer (rock-opera)
Jaar van uitgave 1984
Bron Elseviers Magazine
Publicatiedatum 13-07-1985
Recensent Joop Bromet
Recensietitel Musical Ik Jan Cremer nu al in financiële moeilijkheden : Conflicten rond Groningse schouwburg

Een maand vóór de première kampt de musical naar de boeken van Jan Cremer met een tekort van een half miljoen gulden. Op een begroting van 2,2 miljoen gulden dreigt deze productie de Titanic van de Nederlandse theatergeschiedenis te worden. De rockmusical naar de boeken van Jan Cremer, met een begroting van 2,2 miljoen de duurste uit de Nederlandse theatergeschiedenis, lijkt zich nog voor het doek is opgegaan naar een debâcle te spoeden. Actrice Renée Soutendijk haakte al in een uiterst vroeg stadium af. Simone Kleinsma, die ook een van de hoofdrollen voor haar rekening zou nemen, gaf na lezing van het script onmiddellijk haar rol terug. Terwijl regisseur Franz Marijnen momenteel verwoede pogingen onderneemt uit het geheel nog een meer dan acceptabele voorstelling te smeden, vormt de artistieke onvrede, die nog zoveel mogelijk binnenskamers wordt gehouden, nog maar een rimpeling in de vijver.
In commercieel opzicht namelijk lijkt de musical Ik Jan Cremer gebouwd op drijfzand. De productie kwam tot stand dankzij de bemoeienis van een theaterproducent, René Solleveld, die meent zelfs in de kleinste provincieschouwburg Broadway te ontdekken, en een overambitieuze schouwburgdirecteur, Ton Post. Beiden zijn er door lobbyen in geslaagd de nodige tonnen los te peuteren. De stichting waarin zij hun belangen hebben ondergebracht kijkt op dit moment, een maand vóór de eventuele première op 10 augustus, echter nog aan tegen een gat in de begroting van ruim een half miljoen gulden. Waar dat geld vandaan moet komen, is volstrekt duister. Deze week wendde de stichting zich tot de gemeente Groningen, de basis voor de musical, met het verzoek voor een 'garantiestelling' van een half miljoen. Hoewel daar nog geen definitieve beslissing over is genomen, lijkt het resultaat vrijwel zeker negatief uit te vallen. Wethouder Bert Barmentloo van financiën vindt het begrip 'garantiestelling' in eerste instantie verkeerd gekozen. 'Als wij dat geld al zouden geven, dan is er sprake van een vorm van subsidiëring, want of Groningen dat geld ooit terug zal krijgen, moeten we maar afwachten.'
De gemeente Groningen heeft overigens nog een oude rekening te vereffenen met de Stichting Ik Jan Cremer. Tijdens de voorfinanciering maakte Ton Post in zijn functie van schouwburgdirecteur ten onrechte 270.000 gulden over aan de stichting. 'Een schoonheidsfoutje,' noemt hij dat nu. Maar ondertussen is het geld wel verdwenen uit de kas van de Groningense Stadsschouwburg. De stad wil het geld graag terughebben, maar volgens Bert Barmentloo kan daar op het moment geen sprake van zijn: 'We hebben daarover gesprekken gehad. Als we nu die 270.000 gulden zouden opeisen, komt de Stichting Ik Jan Cremer in acute liquiditeitsproblemen. Daarom willen we de ontwikkelingen nog even afwachten.'
Het is niet de eerste keer dat de stad Groningen en schouwburgdirecteur Ton Post botsen op het punt van artistiek en zakelijk beleid. Een paar jaar geleden dreigde Post al bijna gewipt te worden; er werd een 'disciplinaire procedure' gestart, maar Groningen kon de bewijsvoering tegen Post niet hard maken, waardoor de zaak vooralsnog met een sisser afliep. In die tijd ontstonden er echter wel harde confrontaties tussen Post en zijn getrouwen en de overgrote meerderheid van het schouwburgpersoneel die Post c.s. 'mafiapraktijken' verweten. De gemeente Groningen parachuteerde per 1 september a.s. WVC-ambtenaar Pim van Klink als adjunct-directeur van schouwburg De Oosterpoort met de bedoeling om hem per 1 juli 1986 als hoofd van de nieuw op te richten Cultuurdienst Groningen te installeren.
Wethouder Barmentloo: 'De gemeente vond het dringend noodzakelijk het management van de cultuurdienst uit te breiden. Dit is naar onze mening niet sterk genoeg. Er zijn in het verleden, vooral op financieel gebied, te veel conflicten en misstappen geweest. Dat konden wij niet langer tolereren. De affaire Jan Cremer is daar een voorlopig hoogtepunt van.'
Ton Post reageerde inmiddels furieus. In een interview met het Nieuwsblad van het Noorden gaf hij blijk van zijn minachting voor Pim van Klink en zijn reactie had eerder het karakter van een oorlogsverklaring dan van een poging Groningen in cultureel opzicht sterker te maken.
Pim van Klink: 'Ik heb in het begin gehoopt samen met Ton Post de leiding in Groningen op me te kunnen nemen. Post zou daarbij de artistieke verantwoordelijkheid krijgen, ik de financieel-economische. Pas nu is me duidelijk dat Post die samenwerking niet wenst. Ton Post voelt zich in cultureel opzicht de ongekroonde koning van Groningen. Het college van b & w plaatst daar terecht wat vraagtekens bij.'
Wie de geboorte van het Jan Cremer-project nagaat, zal verbaasd staan over de slechte manier waarop de productie is onderbouwd. René Solleveld, die als vrije producent in het verleden nogal wat mislukkingen achter zich liet (zo werden De Rocky Horror Show en Dracula al snel na de première wegens liquiditeitsproblemen gestaakt), vond in Ton Post een medestander voor het realiseren van een oud idee: een musical rond het fenomeen Jan Cremer en zijn werk. Post, in die periode voorzitter van de Vereniging van Schouwburg- en Concertdirecties (de VSCD), ging aan het lobbyen. Hij vroeg aan collega's wat zij in principe interessanter zouden vinden: een nieuwe Nederlandse productie van My Fair Lady (met Jos Brink als Higgins) of een nog te schrijven musical rond de figuur Jan Cremer. Een aantal directeuren (ongeveer 25 procent) zag het meest in het Jan Cremer-idee, een groot deel opteerde voor My Fair Lady (uit het oogpunt van publieke belangstelling), maar plaatste kanttekeningen bij de kosten. Midden vorig jaar vroeg het ministerie van WVC aan de VSCD welke musical-productie zij het liefst de jaarlijkse aanloopsubsidie van twee tot drie ton zouden gunnen: My Fair Lady of Jan Cremer? Gerrit Tinholt, directeur van de VSCD, en Ton Post hakten toen samen de knoop door en deelden WVC mee dat 'de schouwburgdirecties' kozen voor Jan Cremer. Toen de schouwburgdirecteuren afgelopen najaar voor dit fait accompli werden geplaatst, wekte dat de nodige wrevel, maar een andere keus was niet mogelijk.
Inmiddels begon de Stichting Jan Cremer (de feitelijke producent van het geheel) de musical te verkopen. Daardoor deed zich het vreemde fenomeen voor dat een assistente van een schouwburgdirecteur (Posts rechterhand Maaike Venema) bij collega-directeuren ging onderhandelen over een vrije productie. Dat er toen al grote vraagtekens bij de begroting konden worden geplaatst, blijkt wel uit het feit dat er voor deze productie één extra bouwdag was begroot; normaal wordt een theaterproductie in één dag opgezet, waarna 's avonds de voorstelling plaatsvindt. Schouwburgen die Jan Cremer afnemen, moeten er rekening mee houden dat de dag voor de voorstelling wordt gebouwd.
De uitkoopsom van Jan Cremer betrof toen 18.000 gulden per speelavond. Een voor Nederlandse begrippen hoog bedrag, dat in de huidige theaterpraktijk bijna niet valt terug te verdienen. Een aantal theaterdirecties kocht desondanks de voorstelling. Een groot deel schrok in eerste instantie voor de kosten terug. De stichting kwam daarmee reeds in de problemen, omdat er veel te weinig voorstellingen werden afgenomen. Daarom besloot men Jan Cremer 'in de aanbieding' te gooien: schouwburgen die nog niet hadden toegehapt, hoefden maar 15.000 gulden per avond te betalen. Toen ook dat niet bleek te werken, besloot men in een aantal steden 'voor eigen risico' te komen, waardoor de last van het volledige bezoekersaantal voor rekening van de producent komt te liggen. Hierdoor was een hoogst merkwaardige situatie ontstaan: de ene schouwburgdirecteur moest 18.000 gulden betalen voor hetzelfde product waarvoor zijn collega geen enkel risico loopt.
De producenten van Jan Cremer zijn overigens vol goede moed. Het plan is het project per 10 augustus (de premièredatum) om te zetten in een bv om in het komende seizoen de winsten daarin te laten opgaan. Andere gelden heeft men in de aanloopfase onder meer van Vara en NOS gekregen; het Vlaamse cultuurministerie doet zelfs mee voor een half miljoen gulden (Jan Cremer gaat eveneens naar België). Ook waren sponsors uit het bedrijfsleven begroot. Inmiddels is gebleken dat deze hebben afgehaakt, wat voor een gat in de begroting van ten minste een half miljoen gulden heeft gezorgd.
Wethouder Barmentloo van Groningen neemt het Ton Post dan ook bijzonder kwalijk dat hij op dit gebied, vriendelijk gezegd, 'verkeerd is voorgelicht'. Barmentloo: 'Post heeft altijd gedaan alsof een aantal sponsors vocht om Jan Cremer mede te kunnen subsidiëren. Het was voor hem als producent alleen maar een kwestie van uitkiezen. De berichtgeving daarover heeft allemaal op pure bluf berust.'
Wie dezer dagen in contact wil treden met de producenten van de musical, stuit op een muur van zwijgzaamheid. Een vraag voor een gesprek wordt door woordvoerster Maaike Venema aanvankelijk afgedaan met de mededeling 'dat het verzoek zal worden ingebracht in de groep'. Na de nodige feedback blijkt men 'tot 10 augustus geen mededelingen aan de pers te willen verstrekken'.