Een leven lang.... Een leven lang....
Zoeken

Over Max Velthuijs

Max Velthuijs wordt op 22 mei 1923 in Den Haag geboren, als nakomertje in een gezin met drie oudere zussen.

Zowel zijn vader als zijn moeder hadden een opleiding tot onderwijzer gevolgd. Al jong brengt hij veel tijd door met tekenen en is hij dol op tekenfilms.

Hij droomt ervan om zelf tekenfilms te maken. Maar kunstenaar vinden zijn ouders geen degelijk beroep, dus na de lagere school sturen zij hem naar de Handelsdagschool.

“Over wie en wat je bent, valt niets met zekerheid te zeggen. En toch gaat het daar om, dat je in je werk jezelf durft te zijn. Jezelf zijn is het hoogste wat een mens kan bereiken. Daar is geen recept voor. Jezelf zijn is jezelf zijn”.

Max Velthuijs wordt op 22 mei 1923 in Den Haag geboren, als nakomertje in een gezin met drie oudere zussen. Zowel zijn vader als zijn moeder hadden een opleiding tot onderwijzer gevolgd. Al jong brengt hij veel tijd door met tekenen en is hij dol op tekenfilms. Hij droomt ervan om zelf tekenfilms te maken. Maar kunstenaar vinden zijn ouders geen degelijk beroep, dus na de lagere school sturen zij hem naar de Handelsdagschool. Dat is niets voor Max, hij houdt het er niet lang vol, en gaat werken. Hij pakt van alles aan, werkt onder andere op een clichéfabriek, een fabriek voor elektrische apparaten en in een hoedenwinkel. In de oorlog verhuist het gezin Velthuijs noodgedwongen naar Arnhem, waar Max aan de Middelbare School voor Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid nu toch een opleiding tot grafisch ontwerper/schilder mag volgen. De opleiding wordt afgebroken als Arnhem in 1944 wordt ontruimd en de school dicht gaat. Max zit nog enige tijd ondergedoken, keert na de oorlog terug naar Den Haag, trouwt (met Belleke Dolhain) en krijgt een zoon (Enno, geboren 28 februari 1948, een jongen met psychiatrische problemen).

Er moet brood op de plank komen en Max Velthuijs pakt elk klusje aan dat hij kan krijgen. Zo gaat hij aan de slag als (politiek) tekenaar voor diverse satirische bladen. Later werkt hij als grafisch ontwerper, maakt advertenties, platenhoezen, affiches, tekenfilms, postzegels, en later ook televisiespotjes. Opdrachten krijgt hij van bedrijven als KLM, PTT, Shell en Philips. Vrij werk maakt hij ook, zoals pen- en houtskooltekeningen, litho's en schilderijen, en omslagillustraties voor romans. Ook geeft hij een aantal jaren les aan de kunstacademie in Den Haag. Sinds 1962 illustreert hij kinderboeken, eerst die van anderen, maar al spoedig zijn eigen verhalen. Vanaf 1980 is hij fulltime prentenboekenmaker.

Max Velthuijs blijft in Den Haag wonen en weet zich met zijn werk een belangrijke plaats in de nationale en internationale kinderboekenliteratuurwereld te veroveren. In zijn privé-leven gaat het ondertussen minder goed, zijn eerste huwelijk loopt na bijna twintig jaar, eind 1967, op de klippen.

Max Velthuijs hertrouwt in 1973 met Charlotte van Zadelhoff, een veel jongere studente, en krijgt nog een zoon, Viktor. Helaas loopt ook zijn tweede huwelijk stuk: in 2000 verlaat zij hem (Max is dan 77). Omdat zij bij de boedelscheiding aanspraak maakt op de helft van de Kikker-rechten, raakt hij zo van slag dat zijn werk er meer dan twee jaar ernstig onder lijdt. Hij gaat met zijn jongste zoon Viktor in het centrum van Den Haag wonen. Zijn atelier is daar vlakbij. Max Velthuijs is dol op poezen, een verwoed schaker en een groot muziekliefhebber, jazz heeft zijn voorkeur.

Zijn tachtigste verjaardag in 2003 wordt groots gevierd met onder meer een tentoonstelling in het Haagse Letterkundig Museum, en met een kleurrijke biografie van Joke Linders: Ik bof dat ik een kikker ben. Als er longkanker wordt geconstateerd gaat het fysiek snel bergafwaarts. Maar zijn veerkracht en optimisme blijven ongebroken. De schetsen voor een dertiende Kikkerverhaal heeft hij niet kunnen afmaken: op 25 januari 2005 sterft hij.

Haas knielde bij de vogel en keek aandachtig.
'Die is dood,' zei hij toen.
'Dood,' zei Kikker, 'wat is dat?'
Haas wees naar de blauwe hemel.
'Iedereen gaat dood,' zei hij.
'Wij ook?' vroeg Kikker verbaasd.
Dat wist Haas niet zeker.
'Als we oud zijn misschien,' zei hij.

(Uit: Kikker en het vogeltje)